Hoe kies je een wok die goed werkt op inductie?
Kort antwoord
Kies een wok met een volledig vlakke, magnetische bodem die qua diameter goed bij je inductiezone past en die niet wiebelt of bol staat. Vermijd te dunne bodems (sneller hotspots/trekken) en vermijd antiaanbak als je vaak op hoog vermogen roerbakt; koolstaal of meerlaags RVS is meestal het meest vergevingsgezind. Verwacht op inductie wel snelle hitte, maar meestal minder van die rokerige, heel hete wok-smaak dan op gas.
Uitleg
Een wok op inductie kan prima werken, maar alleen als de bodem goed “meedoet” met inductie. De meeste teleurstellingen komen neer op één van deze drie punten:
- De bodem maakt niet goed contact: een wok die wiebelt of een (licht) bolle bodem heeft, warmt onregelmatig op en voelt oncontroleerbaar.
- De bodem is te klein of past niet bij de zone: inductie verwarmt vooral het gebied boven de spoel; als je wokbodem (veel) kleiner is dan de zone, krijg je sneller één hete plek en koude randen.
- Het materiaal verspreidt warmte beperkt: een dunne of ongelijk opgebouwde bodem geeft sneller hotspots, zeker bij “boost”.
Daarom draait “een wok kiezen” op inductie vooral om bodemvorm + bodemmaat + materiaal.
Wat je idealiter wilt
- Een vlakke bodem die stabiel staat op het aanrecht én op de kookplaat.
- Een magnetische bodem (inductie werkt alleen goed met ferromagnetisch materiaal).
- Een bodemdiameter die logisch matcht met je inductiezone: niet te klein, niet te groot.
- Genoeg massa/dikte om warmte iets te verdelen, zodat roerbakken niet meteen “aanbrandt op één punt”.
Materiaal: wat werkt meestal het makkelijkst
- Koolstaal (carbon steel): populair voor roerbakken. Op inductie werkt het goed als de bodem vlak is en inductiegeschikt. Reageert snel, maar een heel dunne koolstalen wok kan sneller hotspots geven.
- RVS (liefst meerlaags/ingekapselde bodem): vaak wat gelijkmatiger en stabieler, maar soms iets minder “direct”. Fijn als je controle wilt en niet extreem heet hoeft.
- Gietijzer: houdt warmte goed vast, maar is zwaar en minder snel in reacties. Kan prima zijn, maar voelt voor “flitsend roerbakken” vaak log.
- Antiaanbak (Teflon e.d.): kan handig zijn voor lagere temperaturen, maar is minder geschikt als je wok-achtig op hoog vermogen wilt bakken (risico op te heet worden en snelle slijtage).
Goed om te weten: niet elk RVS is (goed) magnetisch. Een RVS-wok werkt op inductie als de bodem een magnetische laag heeft (bijvoorbeeld een ingekapselde/sandwichbodem) of als het gebruikte RVS wél magnetisch is. De magneettest hieronder maakt dat meteen duidelijk.
Over verwachtingen (heel belangrijk)
Een wok op gas krijgt ook veel hitte langs de zijkant van de pan door de vlam. Op inductie komt de meeste warmte uit de bodem. Dat betekent:
- Je kunt uitstekend snel roerbakken, maar je krijgt minder snel die extreme randhitte die sommige Aziatische gerechten op gas hebben.
- Een “wokvorm” is nog steeds handig (makkelijk omscheppen, ingrediënten verzamelen), maar de bodemprestaties bepalen of het plezierig kookt.
Daardoor is die typische rokerige, “geblakerde” wok-smaak op inductie meestal lastiger te bereiken dan op gas.
Wanneer Dit Geldt
Dit advies geldt als je:
- een gewone inductiekookplaat hebt met ronde zones (of een flexzone die als ronde zone gebruikt wordt),
- graag roerbakt (groenten, noedels, rijst) en merkt dat je huidige wok wiebelt, hotspots heeft of traag voelt,
- een wok zoekt die in het dagelijks gebruik stabiel en voorspelbaar is.
Wanneer Dit Niet Geldt
- Als je een gasfornuis hebt: dan is de keuze vooral gebaseerd op vorm en materiaal, niet op inductie-compatibiliteit.
- Als je kookplaat een echte wok-zone heeft (zeldzaam, met speciale ondersteuning/verwarming): dan gelden andere criteria.
- Als je eigenlijk vooral suddert, stooft of veel saus maakt: dan is een hapjespan/sauteuse soms handiger dan een wok.
Praktisch Advies
Snelle check in de winkel (of bij levering)
- Stabiliteitstest: zet de wok op een vlak aanrecht en duw zachtjes tegen de rand. Hij mag niet “tikken” of wiebelen.
- Vlakheid: kijk op ooghoogte langs de bodem of leg een rechte rand (liniaal) erover. Een duidelijke bolling is een waarschuwing.
- Magneettest: blijft een magneet stevig aan de bodem hangen, dan is het materiaal geschikt voor inductie.
- Controleer óók hoe groot het magnetische deel is: bij sommige wokken is alleen een kleinere schijf in het midden magnetisch. Beweeg de magneet over de hele bodem; als hij alleen in het midden “pakt”, krijg je sneller een kleine, superhete kern.
- Bodemmaat vs. zone: mik grofweg op een wokbodem (en liefst ook het magnetische deel) die niet veel kleiner is dan je inductiezone. Te klein geeft sneller één superhete kern.
Zo voorkom je hotspots en aanbakken (ook met een goede wok)
- Verwarm iets rustiger dan je instinct zegt: begin 30–60 seconden op middelhoog, ga daarna hoger. Dat helpt kromtrekken en geeft gelijkmatiger startwarmte.
- Gebruik “boost” kort: boost is top om snel op temperatuur te komen, maar laat het niet minutenlang loeien met een lege wok.
- Vermijd thermische schrik: zet een hete wok niet onder een koude kraan; laat ‘m even uitdampen en afkoelen, anders kan de bodem trekken.
- Roerbak in kleinere porties: een te volle wok koelt de bodem in één klap af en zorgt dat je gaat stomen in plaats van bakken.
- Werk droog: dep natte ingrediënten (champignons, tofu, courgette) even droog. Water = temperatuurdaling = plakken.
- Zet alles vooraf klaar: snijden, saus mengen en kruiden afmeten. Roerbakken op inductie gaat snel; als je tussendoor nog moet snijden, brandt de bodemplek door.
Een simpele beslisregel
- Wil je vaak hoog vermogen en “wok-achtig” bakken: kies eerder koolstaal of degelijk RVS met vlakke, stabiele bodem.
- Wil je vooral makkelijk en mild bakken (eieren/noedels, weinig hoge hitte): antiaanbak kan, maar verwacht minder marge bij hard roerbakken.